• Home   /  
  • Archive by category "1"

Schriftelijke Vaardigheden En Argumentative Essay

Omschrijving van het genre

Alternatieve benamingen

De term 'essay' wordt op allerlei soorten teksten geplakt. Soms worden hiermee essayistische teksten bedoeld, soms ook meer wetenschappelijke teksten als onderzoeks- of literatuurverslagen. Naast 'essay' worden ook wel de vage aanduidingen 'paper', 'werkstuk' of 'referaat' gebruikt. Ga altijd na wat je docent precies van je verwacht.

Doelgroep

Over het algemeen een ruim publiek, bestaande uit geïnteresseerde, goed opgeleide, redelijk geïnformeerde leken (denk bijvoorbeeld aan lezers van een serieus dagblad).

Tekstdoel

Een geïnformeerde en goed beargumenteerde opinie geven over maatschappelijke of economische kwesties op basis van eigen of andermans onderzoek.

Bronnen

Variërend van wetenschappelijke literatuur tot populair-wetenschappelijke teksten, websites of actuele berichten in de media.


Globale structuur

Je bent vrij in het kiezen van een - weliswaar heldere en logische - structuur. Enkele algemene aanbevelingen:

  • Als je voor een vrije en originele structuur kiest, zorg er dan wel voor dat je de helderheid en de onderbouwing van je verhaal niet uit het oog verliest.
  • De standaardindeling van wetenschappelijk onderzoek kan ook gebruikt worden om de structuur van een essay te bepalen. Dit is een veilig, maar soms wat saai alternatief. Sommige docenten eisen een dergelijke indeling. Zie Onderzoeksverslag.
  • Introduceer en legitimeer je onderwerp: laat zien wat de achtergrond en de aanleiding voor je verhandeling is.
  • Maak duidelijk vanuit welke invalshoek je het onderwerp behandelt en presenteer daarbij een scherp geformuleerd standpunt of een vraagstelling. Hieraan heb je houvast bij het schrijven en voorkom je dat je verhaal te wijdlopig wordt.
  • Sluit af met een conclusie die uit de bespreking volgt en die ook terugslaat op de inleiding. De conclusie kan eventueel in de vorm van een aanbeveling worden geformuleerd. Zorg er in ieder geval voor dat je krachtig eindigt, met bijvoorbeeld een overweging of puntige 'oneliner' als uitsmijter.

Argumentatie

Welke indeling je ook kiest voor je verhaal, je moet altijd je standpunt staven met argumenten en feiten. Besteed daarom veel tijd aan de kwaliteit van je redeneringen en wees je bewust van het onderscheid tussen meningen, beweringen, feiten, argumenten en redeneringen. Zie Argumenteren.
Werk de argumentatie bij je stelling of de antwoorden op je vraag uit in een logische volgorde, bijvoorbeeld:

  • Argumentatief: argumenten voor/tegen het standpunt, voor/nadelen van een aanpak of voorstel.
  • Thematisch: bespreking per deelthema/aspect. De argumenten voor/tegen worden dan per thema behandeld.

Stijl

  • Je bent bij het schrijven van een essay niet gebonden aan de objectieve, formele stijl van de meer wetenschappelijke genres. Maar pas op voor een al te persoonlijke of informele stijl of voor te geforceerde lolligheid. Kijk eens naar de stijl in gepubliceerde essays en ga na in hoeverre je docent gecharmeerd is van een persoonlijke en/of originele aanpak.
  • Titel en paragraaftitels hebben niet alleen een informatieve, maar ook stimulerende functie. Kijk ook hiervoor de kunst af van voorbeeldteksten en/of informeer bij je docent.
  • Zie verder Stijl.

Bronverwijzingen

In essays kun je over het algemeen volstaan met een korte referentielijst onder aan het artikel. In de tekst zelf hoef je dan niet zo uitgebreid en gedetailleerd te verwijzen naar de geraadpleegde bronnen. Het kan echter - in het kader van een schrijfopdracht in je opleiding - toch de bedoeling zijn dat je de wetenschappelijke conventies die gelden in jouw vakgebied volledig volgt. Ga dit na.


Bronnen

  • Swart, J.A.A., & Van der Windt, H.J. (2001). Oriëntatie op biologie en samenleving: vaardigheden. Haren: Sectie Wetenschap en Samenleving, Biologisch Centrum, RuG.
  • Chemie, Technologie en Samenleving (2001). Groningen: Sectie Scheikundige Technologie, RuG.

© 2002 | RuG, Faculteit der Letteren, project Communicatieve Vaardigheden

Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van de mensenrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Men had behoefte aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die bescherming biedt aan een ieder ongeacht hun geslacht, nationaliteit, etnische afkomst en economische achtergrond1. Zodoende is in 1950 het EVRM in werking getreden2. Als gevolg van dynamische interpretatie van het EHRM worden de begrippen en concepten uit het EVRM geïnterpreteerd vanuit de hedendaagse democratische samenleving en niet meer vanuit het denkbeeld van de samenleving van 19503. Het EHRM acht het EVRM als een ‘living instrument’, dus er moet geïnterpreteerd worden met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat begrippen die uit het EVRM afkomstig zijn in de loop van de tijd door veranderende sociale omstandigheden een andere betekenis kunnen krijgen en dus hun relevantie en effectiviteit behouden. Wanneer het Hof geen gebruik zou maken van dynamische interpretatie dan is het risico dat het EVRM zich dus niet verder kan ontwikkelen4. Het hof heeft dit uitdrukkelijk erkend in de zaak Marckx, waar het ging om het gelijkheidsbeginsel5. In dit essay worden de volgende punten behandeld: de argumenten van critici met betrekking tot het EHRM, de verdediging van het EHRM, of ik dynamische interpretatie wenselijk vind en tot slot zal ik eindigen met een conclusie van het geheel. 2 Argumenten tegen het EHRM De kritiek op het EHRM is ontstaan na de lezing van rechtsgeleerde Lord Hoffmann. Hij bekritiseert dynamische interpretatie door het Hof en de strikte toepassing van de margin of appreciation doctrine. Volgens Hoffmann zijn de algemene doelstellingen van het EVRM universeel van karakter. Bij het toepassen van abstracte normen in concrete zaken moeten er afwegingen worden gemaakt. Het is alleen mogelijk om deze afwegingen te maken in een nationale context. Daarnaast stelt Hoffmann dat de termen uit het EVRM niet meer geïnterpreteerd kunnen worden zoals in 1950. Een voorbeeld hiervan zijn lijfstraffen. Hij is tegen dynamische interpretatie in die zin dat er zomaar geheel nieuwe concepten worden geïntroduceerd6. Volgens Hoffman is dat vooral wat het hof bewerkstelligt. Hoffmann geeft als voorbeeld de zaak Hatton e.a./Verenigd Koninkrijk, waarin het Hof een uitspraak deed over laag overvliegende vliegtuigen. Het ging om de bescherming van het milieu op grond van art. 8 EVRM. Het hof kwam tot de conclusie, dat zowel art. 8 en art. 13 EVRM geschonden waren. Het Verenigd Koninkrijk 1 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 3. Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192-193. 3 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 4 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 5 EHRM 13 juli 1979, nr. 00006833/74, NJ 1980, 462 (Marckx/België). 6 Spijkerboer 2012, p.254. 2 Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van de mensenrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Men had behoefte aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die bescherming biedt aan een ieder ongeacht hun geslacht, nationaliteit, etnische afkomst en economische achtergrond1. Zodoende is in 1950 het EVRM in werking getreden2. Als gevolg van dynamische interpretatie van het EHRM worden de begrippen en concepten uit het EVRM geïnterpreteerd vanuit de hedendaagse democratische samenleving en niet meer vanuit het denkbeeld van de samenleving van 19503. Het EHRM acht het EVRM als een ‘living instrument’, dus er moet geïnterpreteerd worden met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat begrippen die uit het EVRM afkomstig zijn in de loop van de tijd door veranderende sociale omstandigheden een andere betekenis kunnen krijgen en dus hun relevantie en effectiviteit behouden. Wanneer het Hof geen gebruik zou maken van dynamische interpretatie dan is het risico dat het EVRM zich dus niet verder kan ontwikkelen4. Het hof heeft dit uitdrukkelijk erkend in de zaak Marckx, waar het ging om het gelijkheidsbeginsel5. In dit essay worden de volgende punten behandeld: de argumenten van critici met betrekking tot het EHRM, de verdediging van het EHRM, of ik dynamische interpretatie wenselijk vind en tot slot zal ik eindigen met een conclusie van het geheel. 2 Argumenten tegen het EHRM De kritiek op het EHRM is ontstaan na de lezing van rechtsgeleerde Lord Hoffmann. Hij bekritiseert dynamische interpretatie door het Hof en de strikte toepassing van de margin of appreciation doctrine. Volgens Hoffmann zijn de algemene doelstellingen van het EVRM universeel van karakter. Bij het toepassen van abstracte normen in concrete zaken moeten er afwegingen worden gemaakt. Het is alleen mogelijk om deze afwegingen te maken in een nationale context. Daarnaast stelt Hoffmann dat de termen uit het EVRM niet meer geïnterpreteerd kunnen worden zoals in 1950. Een voorbeeld hiervan zijn lijfstraffen. Hij is tegen dynamische interpretatie in die zin dat er zomaar geheel nieuwe concepten worden geïntroduceerd6. Volgens Hoffman is dat vooral wat het hof bewerkstelligt. Hoffmann geeft als voorbeeld de zaak Hatton e.a./Verenigd Koninkrijk, waarin het Hof een uitspraak deed over laag overvliegende vliegtuigen. Het ging om de bescherming van het milieu op grond van art. 8 EVRM. Het hof kwam tot de conclusie, dat zowel art. 8 en art. 13 EVRM geschonden waren. Het Verenigd Koninkrijk 1 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 3. Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192-193. 3 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 4 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 5 EHRM 13 juli 1979, nr. 00006833/74, NJ 1980, 462 (Marckx/België). 6 Spijkerboer 2012, p.254. 2 faalde en was dan ook aansprakelijk. Ze hadden namelijk niet de nodige maatregelen getroffen om de lawaaioverlast die de nachtvluchten op Heathrow met zich meebrengen te beperken7. Verder geeft Hoffman aan dat het Europees Hof afwijkt van het EVRM. Het EHRM acht zich bevoegd om over elke klacht een inhoudelijke uitspraak te doen. Terwijl dat juist de taak van de nationale rechter is en dit aan hem zou moeten worden overgelaten8. Ten slotte zou de staatrechtelijke immuniteit ontbreken bij het EHRM omdat de rechter de bevolkingsgroep niet vertegenwoordigt. Toezicht op mensenrechten door de nationale rechter zou volgens hem meer democratische legitimiteit geven9. Vanuit een ander standpunt is Baudet, academicus, ook tegen het EHRM is. Baudet volgde al gauw de hoofdlijnen van Hoffmans kritiek. Hij pleit dan ook voor nationale soevereiniteit, want volgens hem zou de achtergrond van een rechter de uitspraak kunnen beïnvloeden. De rechters komen namelijk uit een bepaalde gemeenschap en doen hun uitspraken over nationale systemen van buitenaf. Er zou dan ook volgens hem meer gebruik moeten worden gemaakt van margin of appreciation. Dat houdt in dat staten een beoordelingsmarge hebben als het gaat om mensenrechten en daaraan op verschillende manieren vorm kunnen geven. Klassieke grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn van oorsprong bedoeld als afweerrechten van de burger tegen de nationale overheid. Volgens Baudet zou het EVRM pas geschonden worden als er iets is aangemerkt net zoals de Tweede Wereldoorlog.10 Het toezicht op grondrechten zou dus bij de nationale parlementen moeten liggen11. Verder is Tom Zwart ook één van de critici die vindt dat de legitimiteit van het EHRM niet waterdicht is. Volgens hem heeft het EHRM geen redelijk besef van de maatschappelijke samenhang van zijn beslissingen. Er zijn te veel zaken die tegengestelde uitspraken omvatten en het EVRM steeds meer wordt uitgebreid door het EHRM. De rechtsmacht die door het EHRM wordt uitgeoefend gaat verder dan de bevoegdheid die is gegeven door de EVRM lidstaten aan het EHRM. Het Hof zou zijn legitimiteit hebben uitgebreid en acht zich bevoegd over zaken die normaliter door de nationale soevereine staten afgehandeld moeten worden. Tom Zwart biedt een aantal oplossingen om uitbreiding van jurisprudentie tegen te gaan. Ten eerste stelt hij dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitspraken kan doen in resoluties over de betekenis van bepalingen in het Verdrag. Het Hof is verplicht bij de interpretatie van het EVRM de uitspraak mee te wegen. Ten tweede kan het Comité van Ministers een regeling treffen over de voorlopige maatregelen. Op deze manier wordt er minder gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zaken bij het Hof af te laten handelen. 7 EHRM 8 juli 2013, nr. 36022/97 (Hatton e.a./Vereningd Koninkrijk). Spijkerboer 2012, p. 254. 9 Spijkerboer 2012, p.256. 10 Spijkerboer 2012, p. 254-255. 11 NRC Handelsblad, 17 januari 2011. 8 Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van de mensenrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Men had behoefte aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die bescherming biedt aan een ieder ongeacht hun geslacht, nationaliteit, etnische afkomst en economische achtergrond1. Zodoende is in 1950 het EVRM in werking getreden2. Als gevolg van dynamische interpretatie van het EHRM worden de begrippen en concepten uit het EVRM geïnterpreteerd vanuit de hedendaagse democratische samenleving en niet meer vanuit het denkbeeld van de samenleving van 19503. Het EHRM acht het EVRM als een ‘living instrument’, dus er moet geïnterpreteerd worden met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat begrippen die uit het EVRM afkomstig zijn in de loop van de tijd door veranderende sociale omstandigheden een andere betekenis kunnen krijgen en dus hun relevantie en effectiviteit behouden. Wanneer het Hof geen gebruik zou maken van dynamische interpretatie dan is het risico dat het EVRM zich dus niet verder kan ontwikkelen4. Het hof heeft dit uitdrukkelijk erkend in de zaak Marckx, waar het ging om het gelijkheidsbeginsel5. In dit essay worden de volgende punten behandeld: de argumenten van critici met betrekking tot het EHRM, de verdediging van het EHRM, of ik dynamische interpretatie wenselijk vind en tot slot zal ik eindigen met een conclusie van het geheel. 2 Argumenten tegen het EHRM De kritiek op het EHRM is ontstaan na de lezing van rechtsgeleerde Lord Hoffmann. Hij bekritiseert dynamische interpretatie door het Hof en de strikte toepassing van de margin of appreciation doctrine. Volgens Hoffmann zijn de algemene doelstellingen van het EVRM universeel van karakter. Bij het toepassen van abstracte normen in concrete zaken moeten er afwegingen worden gemaakt. Het is alleen mogelijk om deze afwegingen te maken in een nationale context. Daarnaast stelt Hoffmann dat de termen uit het EVRM niet meer geïnterpreteerd kunnen worden zoals in 1950. Een voorbeeld hiervan zijn lijfstraffen. Hij is tegen dynamische interpretatie in die zin dat er zomaar geheel nieuwe concepten worden geïntroduceerd6. Volgens Hoffman is dat vooral wat het hof bewerkstelligt. Hoffmann geeft als voorbeeld de zaak Hatton e.a./Verenigd Koninkrijk, waarin het Hof een uitspraak deed over laag overvliegende vliegtuigen. Het ging om de bescherming van het milieu op grond van art. 8 EVRM. Het hof kwam tot de conclusie, dat zowel art. 8 en art. 13 EVRM geschonden waren. Het Verenigd Koninkrijk 1 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 3. Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192-193. 3 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 4 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 5 EHRM 13 juli 1979, nr. 00006833/74, NJ 1980, 462 (Marckx/België). 6 Spijkerboer 2012, p.254. 2 faalde en was dan ook aansprakelijk. Ze hadden namelijk niet de nodige maatregelen getroffen om de lawaaioverlast die de nachtvluchten op Heathrow met zich meebrengen te beperken7. Verder geeft Hoffman aan dat het Europees Hof afwijkt van het EVRM. Het EHRM acht zich bevoegd om over elke klacht een inhoudelijke uitspraak te doen. Terwijl dat juist de taak van de nationale rechter is en dit aan hem zou moeten worden overgelaten8. Ten slotte zou de staatrechtelijke immuniteit ontbreken bij het EHRM omdat de rechter de bevolkingsgroep niet vertegenwoordigt. Toezicht op mensenrechten door de nationale rechter zou volgens hem meer democratische legitimiteit geven9. Vanuit een ander standpunt is Baudet, academicus, ook tegen het EHRM is. Baudet volgde al gauw de hoofdlijnen van Hoffmans kritiek. Hij pleit dan ook voor nationale soevereiniteit, want volgens hem zou de achtergrond van een rechter de uitspraak kunnen beïnvloeden. De rechters komen namelijk uit een bepaalde gemeenschap en doen hun uitspraken over nationale systemen van buitenaf. Er zou dan ook volgens hem meer gebruik moeten worden gemaakt van margin of appreciation. Dat houdt in dat staten een beoordelingsmarge hebben als het gaat om mensenrechten en daaraan op verschillende manieren vorm kunnen geven. Klassieke grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn van oorsprong bedoeld als afweerrechten van de burger tegen de nationale overheid. Volgens Baudet zou het EVRM pas geschonden worden als er iets is aangemerkt net zoals de Tweede Wereldoorlog.10 Het toezicht op grondrechten zou dus bij de nationale parlementen moeten liggen11. Verder is Tom Zwart ook één van de critici die vindt dat de legitimiteit van het EHRM niet waterdicht is. Volgens hem heeft het EHRM geen redelijk besef van de maatschappelijke samenhang van zijn beslissingen. Er zijn te veel zaken die tegengestelde uitspraken omvatten en het EVRM steeds meer wordt uitgebreid door het EHRM. De rechtsmacht die door het EHRM wordt uitgeoefend gaat verder dan de bevoegdheid die is gegeven door de EVRM lidstaten aan het EHRM. Het Hof zou zijn legitimiteit hebben uitgebreid en acht zich bevoegd over zaken die normaliter door de nationale soevereine staten afgehandeld moeten worden. Tom Zwart biedt een aantal oplossingen om uitbreiding van jurisprudentie tegen te gaan. Ten eerste stelt hij dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitspraken kan doen in resoluties over de betekenis van bepalingen in het Verdrag. Het Hof is verplicht bij de interpretatie van het EVRM de uitspraak mee te wegen. Ten tweede kan het Comité van Ministers een regeling treffen over de voorlopige maatregelen. Op deze manier wordt er minder gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zaken bij het Hof af te laten handelen. 7 EHRM 8 juli 2013, nr. 36022/97 (Hatton e.a./Vereningd Koninkrijk). Spijkerboer 2012, p. 254. 9 Spijkerboer 2012, p.256. 10 Spijkerboer 2012, p. 254-255. 11 NRC Handelsblad, 17 januari 2011. 8 Een andere criticus is de regering. De regering heeft kenbaar gemaakt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ruimte moet laten voor een margin of appreciation en dat ze zich voornamelijk bezig moet houden met haar kerntaken12. De minister van Buitenlandse Zaken geeft aan dat het EHRM zo min mogelijk uitspraken moet doen over zaken die los staan van mensenrechten. Kortom, het EHRM mag zich niet te veel in de interne aangelegenheden van Nederland mengen. 3 Argumenten voor het EHRM Volgens Gerards, hoogleraar fundamentele rechten, is het zorgwekkend dat het EHRM zich zoveel bemoeit met zaken die buiten de mensenrechten vallen, maar anders dan Hoffmann is Gerards iets genuanceerder. Zij vindt dat het Hof vooral uitspraken moet doen wanneer het gaat om grondrechten. Zij geeft drie argumenten voor het EHRM. Ten eerste vindt zij dat critici steeds een aantal uitspraken van het EHRM als richtlijn nemen. Het EHRM heeft veel uitspraken gedaan en men moet dus niet bekritiseren door alleen maar te kijken naar één uitspraak van het Hof. Een uitspraak die niet overeenstemt met eigen ideeën over de rol van de rechter of over de uitleg van het EVRM wordt vaak op deze reden onjuist bekritiseerd. Ten tweede geeft ze aan dat veel maatschappelijke kwesties een grensoverschrijdende aard hebben en daar geeft internationaal recht oplossingen voor. Het gaat hier dan met name over milieurampen, immigratie en vluchtelingen, terrorismedreiging, het gebruik van medische voorzieningen en computercriminaliteit. Volgens Gerards is internationale samenwerking van belang voor het realiseren van nationale belangen. Verder draagt het bij tot bescherming van de rechten in de nationale rechtsorde en leidt het tot de ondersteuning van grondrechten13. Als derde argument haalt ze aan dat staten gebonden zijn aan de uitspraken van het EHRM. Wanneer het EHRM zich heeft, uitgelaten hebben de staten de gelegenheid om daarna op landelijk niveau te beraadslagen. Op deze manier kan er tot een overeenstemming worden gekomen, welke het beste aansluit bij de nationale rechtsorde waarbij gebruik kan worden gemaakt van staatsrechtelijke beginselen. Dit zorgt voor de legitimiteit van het eindresultaat dat daardoor wordt gewaarborgd. Dus is het een soort van compensatie voor het gebrek aan democratische legitimatie op het niveau van het EHRM14. 12 Kamerstukken II 2010/11, 32 735, nr. 1, p.24. Gerards 2011, p. 608-612; Gerards & Terlouw 2012, p. 14-16. 14 Gerards 2011, p. 608-612. 13 Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van de mensenrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Men had behoefte aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die bescherming biedt aan een ieder ongeacht hun geslacht, nationaliteit, etnische afkomst en economische achtergrond1. Zodoende is in 1950 het EVRM in werking getreden2. Als gevolg van dynamische interpretatie van het EHRM worden de begrippen en concepten uit het EVRM geïnterpreteerd vanuit de hedendaagse democratische samenleving en niet meer vanuit het denkbeeld van de samenleving van 19503. Het EHRM acht het EVRM als een ‘living instrument’, dus er moet geïnterpreteerd worden met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat begrippen die uit het EVRM afkomstig zijn in de loop van de tijd door veranderende sociale omstandigheden een andere betekenis kunnen krijgen en dus hun relevantie en effectiviteit behouden. Wanneer het Hof geen gebruik zou maken van dynamische interpretatie dan is het risico dat het EVRM zich dus niet verder kan ontwikkelen4. Het hof heeft dit uitdrukkelijk erkend in de zaak Marckx, waar het ging om het gelijkheidsbeginsel5. In dit essay worden de volgende punten behandeld: de argumenten van critici met betrekking tot het EHRM, de verdediging van het EHRM, of ik dynamische interpretatie wenselijk vind en tot slot zal ik eindigen met een conclusie van het geheel. 2 Argumenten tegen het EHRM De kritiek op het EHRM is ontstaan na de lezing van rechtsgeleerde Lord Hoffmann. Hij bekritiseert dynamische interpretatie door het Hof en de strikte toepassing van de margin of appreciation doctrine. Volgens Hoffmann zijn de algemene doelstellingen van het EVRM universeel van karakter. Bij het toepassen van abstracte normen in concrete zaken moeten er afwegingen worden gemaakt. Het is alleen mogelijk om deze afwegingen te maken in een nationale context. Daarnaast stelt Hoffmann dat de termen uit het EVRM niet meer geïnterpreteerd kunnen worden zoals in 1950. Een voorbeeld hiervan zijn lijfstraffen. Hij is tegen dynamische interpretatie in die zin dat er zomaar geheel nieuwe concepten worden geïntroduceerd6. Volgens Hoffman is dat vooral wat het hof bewerkstelligt. Hoffmann geeft als voorbeeld de zaak Hatton e.a./Verenigd Koninkrijk, waarin het Hof een uitspraak deed over laag overvliegende vliegtuigen. Het ging om de bescherming van het milieu op grond van art. 8 EVRM. Het hof kwam tot de conclusie, dat zowel art. 8 en art. 13 EVRM geschonden waren. Het Verenigd Koninkrijk 1 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 3. Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192-193. 3 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 4 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 5 EHRM 13 juli 1979, nr. 00006833/74, NJ 1980, 462 (Marckx/België). 6 Spijkerboer 2012, p.254. 2 faalde en was dan ook aansprakelijk. Ze hadden namelijk niet de nodige maatregelen getroffen om de lawaaioverlast die de nachtvluchten op Heathrow met zich meebrengen te beperken7. Verder geeft Hoffman aan dat het Europees Hof afwijkt van het EVRM. Het EHRM acht zich bevoegd om over elke klacht een inhoudelijke uitspraak te doen. Terwijl dat juist de taak van de nationale rechter is en dit aan hem zou moeten worden overgelaten8. Ten slotte zou de staatrechtelijke immuniteit ontbreken bij het EHRM omdat de rechter de bevolkingsgroep niet vertegenwoordigt. Toezicht op mensenrechten door de nationale rechter zou volgens hem meer democratische legitimiteit geven9. Vanuit een ander standpunt is Baudet, academicus, ook tegen het EHRM is. Baudet volgde al gauw de hoofdlijnen van Hoffmans kritiek. Hij pleit dan ook voor nationale soevereiniteit, want volgens hem zou de achtergrond van een rechter de uitspraak kunnen beïnvloeden. De rechters komen namelijk uit een bepaalde gemeenschap en doen hun uitspraken over nationale systemen van buitenaf. Er zou dan ook volgens hem meer gebruik moeten worden gemaakt van margin of appreciation. Dat houdt in dat staten een beoordelingsmarge hebben als het gaat om mensenrechten en daaraan op verschillende manieren vorm kunnen geven. Klassieke grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn van oorsprong bedoeld als afweerrechten van de burger tegen de nationale overheid. Volgens Baudet zou het EVRM pas geschonden worden als er iets is aangemerkt net zoals de Tweede Wereldoorlog.10 Het toezicht op grondrechten zou dus bij de nationale parlementen moeten liggen11. Verder is Tom Zwart ook één van de critici die vindt dat de legitimiteit van het EHRM niet waterdicht is. Volgens hem heeft het EHRM geen redelijk besef van de maatschappelijke samenhang van zijn beslissingen. Er zijn te veel zaken die tegengestelde uitspraken omvatten en het EVRM steeds meer wordt uitgebreid door het EHRM. De rechtsmacht die door het EHRM wordt uitgeoefend gaat verder dan de bevoegdheid die is gegeven door de EVRM lidstaten aan het EHRM. Het Hof zou zijn legitimiteit hebben uitgebreid en acht zich bevoegd over zaken die normaliter door de nationale soevereine staten afgehandeld moeten worden. Tom Zwart biedt een aantal oplossingen om uitbreiding van jurisprudentie tegen te gaan. Ten eerste stelt hij dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitspraken kan doen in resoluties over de betekenis van bepalingen in het Verdrag. Het Hof is verplicht bij de interpretatie van het EVRM de uitspraak mee te wegen. Ten tweede kan het Comité van Ministers een regeling treffen over de voorlopige maatregelen. Op deze manier wordt er minder gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zaken bij het Hof af te laten handelen. 7 EHRM 8 juli 2013, nr. 36022/97 (Hatton e.a./Vereningd Koninkrijk). Spijkerboer 2012, p. 254. 9 Spijkerboer 2012, p.256. 10 Spijkerboer 2012, p. 254-255. 11 NRC Handelsblad, 17 januari 2011. 8 Een andere criticus is de regering. De regering heeft kenbaar gemaakt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ruimte moet laten voor een margin of appreciation en dat ze zich voornamelijk bezig moet houden met haar kerntaken12. De minister van Buitenlandse Zaken geeft aan dat het EHRM zo min mogelijk uitspraken moet doen over zaken die los staan van mensenrechten. Kortom, het EHRM mag zich niet te veel in de interne aangelegenheden van Nederland mengen. 3 Argumenten voor het EHRM Volgens Gerards, hoogleraar fundamentele rechten, is het zorgwekkend dat het EHRM zich zoveel bemoeit met zaken die buiten de mensenrechten vallen, maar anders dan Hoffmann is Gerards iets genuanceerder. Zij vindt dat het Hof vooral uitspraken moet doen wanneer het gaat om grondrechten. Zij geeft drie argumenten voor het EHRM. Ten eerste vindt zij dat critici steeds een aantal uitspraken van het EHRM als richtlijn nemen. Het EHRM heeft veel uitspraken gedaan en men moet dus niet bekritiseren door alleen maar te kijken naar één uitspraak van het Hof. Een uitspraak die niet overeenstemt met eigen ideeën over de rol van de rechter of over de uitleg van het EVRM wordt vaak op deze reden onjuist bekritiseerd. Ten tweede geeft ze aan dat veel maatschappelijke kwesties een grensoverschrijdende aard hebben en daar geeft internationaal recht oplossingen voor. Het gaat hier dan met name over milieurampen, immigratie en vluchtelingen, terrorismedreiging, het gebruik van medische voorzieningen en computercriminaliteit. Volgens Gerards is internationale samenwerking van belang voor het realiseren van nationale belangen. Verder draagt het bij tot bescherming van de rechten in de nationale rechtsorde en leidt het tot de ondersteuning van grondrechten13. Als derde argument haalt ze aan dat staten gebonden zijn aan de uitspraken van het EHRM. Wanneer het EHRM zich heeft, uitgelaten hebben de staten de gelegenheid om daarna op landelijk niveau te beraadslagen. Op deze manier kan er tot een overeenstemming worden gekomen, welke het beste aansluit bij de nationale rechtsorde waarbij gebruik kan worden gemaakt van staatsrechtelijke beginselen. Dit zorgt voor de legitimiteit van het eindresultaat dat daardoor wordt gewaarborgd. Dus is het een soort van compensatie voor het gebrek aan democratische legitimatie op het niveau van het EHRM14. 12 Kamerstukken II 2010/11, 32 735, nr. 1, p.24. Gerards 2011, p. 608-612; Gerards & Terlouw 2012, p. 14-16. 14 Gerards 2011, p. 608-612. 13 4 Eigen Mening Mijns inziens is het wenselijk dat het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ blijft zien. Het is immers noodzakelijk dat het EVRM zich ontwikkeld en verbeterd. Ik sluit me volledig aan bij critici als het gaat om margin of appreciation. Dus dat staten voldoende beoordelingsmarge moeten hebben als het gaat om mensenrechten. Immers, staten hebben zelf de verantwoordelijkheid om effectieve rechtsbescherming uit te voeren. Baudet meent dat het EHRM een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat. Het EHRM zou buiten zijn boekje treden en ook ontbreekt de legitimiteit bij het EHRM. Ik ben het niet eens met Baudet, want internationale samenwerking mag niet onderschat worden en is van belang omdat nationale belangen beter worden gerealiseerd op internationaal niveau. Bovendien zorgt het ervoor dat grondrechten beschermd en versterkt worden in de eigen nationale rechtsorde. 5 Conclusie Volgens critici moet de rechtsmacht van het Hof verkleind worden. Het EHRM moet zich niet over elke klacht uitlaten en zich bevoegd verklaren. Deze bevoegdheid moet worden overgelaten aan de nationale rechters. Het EHRM moet de nationale rechter dus meer ruimte gunnen om grondrechten te interpreteren en zal deze marginaal moeten toetsen door de margin of appreciation. Ze moet zich bezighouden met haar kerntaken dus mensenrechten en wanneer het gaat om morele of religieuze kwesties moet het Hof terughoudend zijn en zich niet gaan mengen in de interne aangelegenheden. Immers, binnen iedere culturele en maatschappelijke context worden weer andere afwegingen gemaakt. In verschillende landen wordt verschillend gedacht. Critici geven ook aan dat de legitimiteit van het EHRM zou ontbreken, maar dit kan recht getrokken worden, omdat na een uitspraak van het EHRM hebben de staten nog de gelegenheid op landelijk niveau te debatteren. Op deze manier kan er toch nog overeenstemming worden bereikt die het beste aansluit bij de nationale rechtsorde. Bovendien kan er gebruik worden gemaakt van staatsrechtelijke beginselen. Dit zorgt dan juist voor de legitimiteit van het eindresultaat en dat wordt wordt daarmee gewaarborgd. Inleiding tot de Rechtswetenschap II Academische vaardigheden 2013-2014 Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onder vuur Onderzoeksvraag: Moet het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ dynamisch blijven interpreteren? Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog kwam men tot de overtuiging dat de bescherming van de mensenrechten niet uitsluitend kon worden toevertrouwd aan nationale overheden. Men had behoefte aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die bescherming biedt aan een ieder ongeacht hun geslacht, nationaliteit, etnische afkomst en economische achtergrond1. Zodoende is in 1950 het EVRM in werking getreden2. Als gevolg van dynamische interpretatie van het EHRM worden de begrippen en concepten uit het EVRM geïnterpreteerd vanuit de hedendaagse democratische samenleving en niet meer vanuit het denkbeeld van de samenleving van 19503. Het EHRM acht het EVRM als een ‘living instrument’, dus er moet geïnterpreteerd worden met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat begrippen die uit het EVRM afkomstig zijn in de loop van de tijd door veranderende sociale omstandigheden een andere betekenis kunnen krijgen en dus hun relevantie en effectiviteit behouden. Wanneer het Hof geen gebruik zou maken van dynamische interpretatie dan is het risico dat het EVRM zich dus niet verder kan ontwikkelen4. Het hof heeft dit uitdrukkelijk erkend in de zaak Marckx, waar het ging om het gelijkheidsbeginsel5. In dit essay worden de volgende punten behandeld: de argumenten van critici met betrekking tot het EHRM, de verdediging van het EHRM, of ik dynamische interpretatie wenselijk vind en tot slot zal ik eindigen met een conclusie van het geheel. 2 Argumenten tegen het EHRM De kritiek op het EHRM is ontstaan na de lezing van rechtsgeleerde Lord Hoffmann. Hij bekritiseert dynamische interpretatie door het Hof en de strikte toepassing van de margin of appreciation doctrine. Volgens Hoffmann zijn de algemene doelstellingen van het EVRM universeel van karakter. Bij het toepassen van abstracte normen in concrete zaken moeten er afwegingen worden gemaakt. Het is alleen mogelijk om deze afwegingen te maken in een nationale context. Daarnaast stelt Hoffmann dat de termen uit het EVRM niet meer geïnterpreteerd kunnen worden zoals in 1950. Een voorbeeld hiervan zijn lijfstraffen. Hij is tegen dynamische interpretatie in die zin dat er zomaar geheel nieuwe concepten worden geïntroduceerd6. Volgens Hoffman is dat vooral wat het hof bewerkstelligt. Hoffmann geeft als voorbeeld de zaak Hatton e.a./Verenigd Koninkrijk, waarin het Hof een uitspraak deed over laag overvliegende vliegtuigen. Het ging om de bescherming van het milieu op grond van art. 8 EVRM. Het hof kwam tot de conclusie, dat zowel art. 8 en art. 13 EVRM geschonden waren. Het Verenigd Koninkrijk 1 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 3. Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192-193. 3 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 4 Vande Lanotte & Haeck 2005, p. 192. 5 EHRM 13 juli 1979, nr. 00006833/74, NJ 1980, 462 (Marckx/België). 6 Spijkerboer 2012, p.254. 2 faalde en was dan ook aansprakelijk. Ze hadden namelijk niet de nodige maatregelen getroffen om de lawaaioverlast die de nachtvluchten op Heathrow met zich meebrengen te beperken7. Verder geeft Hoffman aan dat het Europees Hof afwijkt van het EVRM. Het EHRM acht zich bevoegd om over elke klacht een inhoudelijke uitspraak te doen. Terwijl dat juist de taak van de nationale rechter is en dit aan hem zou moeten worden overgelaten8. Ten slotte zou de staatrechtelijke immuniteit ontbreken bij het EHRM omdat de rechter de bevolkingsgroep niet vertegenwoordigt. Toezicht op mensenrechten door de nationale rechter zou volgens hem meer democratische legitimiteit geven9. Vanuit een ander standpunt is Baudet, academicus, ook tegen het EHRM is. Baudet volgde al gauw de hoofdlijnen van Hoffmans kritiek. Hij pleit dan ook voor nationale soevereiniteit, want volgens hem zou de achtergrond van een rechter de uitspraak kunnen beïnvloeden. De rechters komen namelijk uit een bepaalde gemeenschap en doen hun uitspraken over nationale systemen van buitenaf. Er zou dan ook volgens hem meer gebruik moeten worden gemaakt van margin of appreciation. Dat houdt in dat staten een beoordelingsmarge hebben als het gaat om mensenrechten en daaraan op verschillende manieren vorm kunnen geven. Klassieke grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn van oorsprong bedoeld als afweerrechten van de burger tegen de nationale overheid. Volgens Baudet zou het EVRM pas geschonden worden als er iets is aangemerkt net zoals de Tweede Wereldoorlog.10 Het toezicht op grondrechten zou dus bij de nationale parlementen moeten liggen11. Verder is Tom Zwart ook één van de critici die vindt dat de legitimiteit van het EHRM niet waterdicht is. Volgens hem heeft het EHRM geen redelijk besef van de maatschappelijke samenhang van zijn beslissingen. Er zijn te veel zaken die tegengestelde uitspraken omvatten en het EVRM steeds meer wordt uitgebreid door het EHRM. De rechtsmacht die door het EHRM wordt uitgeoefend gaat verder dan de bevoegdheid die is gegeven door de EVRM lidstaten aan het EHRM. Het Hof zou zijn legitimiteit hebben uitgebreid en acht zich bevoegd over zaken die normaliter door de nationale soevereine staten afgehandeld moeten worden. Tom Zwart biedt een aantal oplossingen om uitbreiding van jurisprudentie tegen te gaan. Ten eerste stelt hij dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitspraken kan doen in resoluties over de betekenis van bepalingen in het Verdrag. Het Hof is verplicht bij de interpretatie van het EVRM de uitspraak mee te wegen. Ten tweede kan het Comité van Ministers een regeling treffen over de voorlopige maatregelen. Op deze manier wordt er minder gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zaken bij het Hof af te laten handelen. 7 EHRM 8 juli 2013, nr. 36022/97 (Hatton e.a./Vereningd Koninkrijk). Spijkerboer 2012, p. 254. 9 Spijkerboer 2012, p.256. 10 Spijkerboer 2012, p. 254-255. 11 NRC Handelsblad, 17 januari 2011. 8 Een andere criticus is de regering. De regering heeft kenbaar gemaakt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ruimte moet laten voor een margin of appreciation en dat ze zich voornamelijk bezig moet houden met haar kerntaken12. De minister van Buitenlandse Zaken geeft aan dat het EHRM zo min mogelijk uitspraken moet doen over zaken die los staan van mensenrechten. Kortom, het EHRM mag zich niet te veel in de interne aangelegenheden van Nederland mengen. 3 Argumenten voor het EHRM Volgens Gerards, hoogleraar fundamentele rechten, is het zorgwekkend dat het EHRM zich zoveel bemoeit met zaken die buiten de mensenrechten vallen, maar anders dan Hoffmann is Gerards iets genuanceerder. Zij vindt dat het Hof vooral uitspraken moet doen wanneer het gaat om grondrechten. Zij geeft drie argumenten voor het EHRM. Ten eerste vindt zij dat critici steeds een aantal uitspraken van het EHRM als richtlijn nemen. Het EHRM heeft veel uitspraken gedaan en men moet dus niet bekritiseren door alleen maar te kijken naar één uitspraak van het Hof. Een uitspraak die niet overeenstemt met eigen ideeën over de rol van de rechter of over de uitleg van het EVRM wordt vaak op deze reden onjuist bekritiseerd. Ten tweede geeft ze aan dat veel maatschappelijke kwesties een grensoverschrijdende aard hebben en daar geeft internationaal recht oplossingen voor. Het gaat hier dan met name over milieurampen, immigratie en vluchtelingen, terrorismedreiging, het gebruik van medische voorzieningen en computercriminaliteit. Volgens Gerards is internationale samenwerking van belang voor het realiseren van nationale belangen. Verder draagt het bij tot bescherming van de rechten in de nationale rechtsorde en leidt het tot de ondersteuning van grondrechten13. Als derde argument haalt ze aan dat staten gebonden zijn aan de uitspraken van het EHRM. Wanneer het EHRM zich heeft, uitgelaten hebben de staten de gelegenheid om daarna op landelijk niveau te beraadslagen. Op deze manier kan er tot een overeenstemming worden gekomen, welke het beste aansluit bij de nationale rechtsorde waarbij gebruik kan worden gemaakt van staatsrechtelijke beginselen. Dit zorgt voor de legitimiteit van het eindresultaat dat daardoor wordt gewaarborgd. Dus is het een soort van compensatie voor het gebrek aan democratische legitimatie op het niveau van het EHRM14. 12 Kamerstukken II 2010/11, 32 735, nr. 1, p.24. Gerards 2011, p. 608-612; Gerards & Terlouw 2012, p. 14-16. 14 Gerards 2011, p. 608-612. 13 4 Eigen Mening Mijns inziens is het wenselijk dat het EHRM het EVRM als een ‘living instrument’ blijft zien. Het is immers noodzakelijk dat het EVRM zich ontwikkeld en verbeterd. Ik sluit me volledig aan bij critici als het gaat om margin of appreciation. Dus dat staten voldoende beoordelingsmarge moeten hebben als het gaat om mensenrechten. Immers, staten hebben zelf de verantwoordelijkheid om effectieve rechtsbescherming uit te voeren. Baudet meent dat het EHRM een bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat. Het EHRM zou buiten zijn boekje treden en ook ontbreekt de legitimiteit bij het EHRM. Ik ben het niet eens met Baudet, want internationale samenwerking mag niet onderschat worden en is van belang omdat nationale belangen beter worden gerealiseerd op internationaal niveau. Bovendien zorgt het ervoor dat grondrechten beschermd en versterkt worden in de eigen nationale rechtsorde. 5 Conclusie Volgens critici moet de rechtsmacht van het Hof verkleind worden. Het EHRM moet zich niet over elke klacht uitlaten en zich bevoegd verklaren. Deze bevoegdheid moet worden overgelaten aan de nationale rechters. Het EHRM moet de nationale rechter dus meer ruimte gunnen om grondrechten te interpreteren en zal deze marginaal moeten toetsen door de margin of appreciation. Ze moet zich bezighouden met haar kerntaken dus mensenrechten en wanneer het gaat om morele of religieuze kwesties moet het Hof terughoudend zijn en zich niet gaan mengen in de interne aangelegenheden. Immers, binnen iedere culturele en maatschappelijke context worden weer andere afwegingen gemaakt. In verschillende landen wordt verschillend gedacht. Critici geven ook aan dat de legitimiteit van het EHRM zou ontbreken, maar dit kan recht getrokken worden, omdat na een uitspraak van het EHRM hebben de staten nog de gelegenheid op landelijk niveau te debatteren. Op deze manier kan er toch nog overeenstemming worden bereikt die het beste aansluit bij de nationale rechtsorde. Bovendien kan er gebruik worden gemaakt van staatsrechtelijke beginselen. Dit zorgt dan juist voor de legitimiteit van het eindresultaat en dat wordt wordt daarmee gewaarborgd. Literatuurlijst Gerards 2011 J. H. Gerards, ‘Waar gaat het debat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nu eigenlijk over?’, NJB 2011, p. 608 – 611. Gerards & Terlouw 2012 J.H. Gerards & A.B. Terlouw (red.), Amici Curiae. Adviezen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens , Nijmegen: Wolf 2012. VanDe Lanotte & Haeck 2005 J. VanDe Lanotte & Y. Haeck, Handboek EVRM - deel 1. Algemene beginselen, Antwerpen – Oxford: Intersentia 2005. Spijkerboer 2012 T.P. Spijkerboer 2012, ‘Het debat over het Europese Hof voor de Rechten van de Mens’, NJB 2012, p. 254-262. Zwart 2011 T. Zwart, ‘Bied dat mensenrechtenhof weerwerk’ , NRC Handelsblad 17 januari 2011.

Help

One thought on “Schriftelijke Vaardigheden En Argumentative Essay

Leave a comment

L'indirizzo email non verrà pubblicato. I campi obbligatori sono contrassegnati *